Page content

Luchtvochtigheid

Luchtvochtigheid is een algemene term voor de hoeveelheid waterdamp die in de lucht aanwezig is. Men onderscheidt hierbij de termen ‘absoluut vochtgehalte’ en ‘relatieve vochtigheid’.

Absoluut vochtgehalte is de hoeveelheid waterdamp in de lucht, uitgedrukt in grammen waterdamp per kubieke meter lucht (g/m3).

Relatieve vochtigheid is de hoeveelheid waterdamp in de lucht, uitgedrukt als percentage van de maximale hoeveelheid die de lucht bij de gegeven temperatuur kan bevatten.

Onder vocht verstaan we in de vochtbestrijdingsbranche water. Dit kan in drie vormen voorkomen.

  1. Gasvorming – Waterdamp – +100 °C
  2. Vloeibaar – Water – tussen 0 – 100 °C
  3. Vast – IJs – -0 °C

Water in dampvorm is gasvormig. Dit gas is vermengd met lucht. Het zit in de lucht maar is niet zichtbaar, omdat de waterdampdeeltjes daar te klein voor zijn.

Hoeveel waterdamp in de lucht zit is niet zomaar te zien of te voelen. In de lucht die wij inademen zit altijd waterdamp. De hoeveelheid kan echter heel verschillend zijn. De hoeveelheid waterdamp in de lucht wordt aangegeven met de term relatieve vochtigheid. Deze term geeft niet aan hoeveel liter water er in de lucht zit, maar laat in procenten zien hoeveel van de maximale hoeveelheid waterdamp er bij een bepaalde temperatuur op dat moment in e lucht aanwezig is. Zou er in lucht helemaal geen waterdamp zitten, dan spreekt men over een relatieve vochtigheid van 0%. Dit komt eigenlijk nooit voor. De maximale hoeveelheid waterdamp in de lucht wordt aangegeven met 100%. Hoeveel liter vocht dit is, verschilt per situatie. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude. Wanneer aan lucht van een bepaalde temperatuur en een relatieve vochtigheid van minder dan 100% waterdamp wordt toegevoegd, dan gaat dat proces door totdat de relatieve vochtigheid 100% is geworden. Daarna kan geen waterdamp meer worden opgenomen. Waterdamp boven 100% slaat direct neer als water (vloeistof). Het regent.

De luchtvochtigheid van de buitenlucht verandert tijdens het etmaal en ook gedurende het jaar binnen bepaalde grenzen. Omdat de temperatuur constant verandert gaat het vocht steeds van de ene in de andere vorm over.

In de praktijk:

Iets op de radiator te drogen leggen. De warme lucht stroomt langs dat wat moet drogen. Het water verdampt en de waterdamp gaat mee omhoog. Dit proces noemen we drogen.

Om te kunnen leven heeft de mens een bepaalde luchtvochtigheid nodig. Een prettig leefklimaat voor de mens is een relatieve vochtigheid tussen 35% en 70%. Onder 35% ervaart men het als te droog en boven de 70% is het klimaat te vochtig. Wanneer het klimaat te vochtig is ontstaat schimmelgroei. Hoge luchtvochtigheid is te herkennen aan een muffe lucht en de suiker in de suikerpot gaat klonteren.

Luchtvochtigheid

Om relatieve vochtigheid precies vast te stellen bestaan er speciale meetinstrumenten, de hygrometers. In het algemeen geldt dat er ’s nachts en in het koude seizoen een hoge luchtvochtigheid heerst dan overdag of in de zomer. De temperatuur is dan namelijk lager en de lucht kan dan minder waterdamp opnemen.

Vocht wordt opgenomen in aanwezige materialen van de muren, behang, stuclagen en meubilair. Gevolg hiervan is dat het water niet echt aan de lucht staat blootgesteld en dus maar langzaam kan verdampen. Langdurige vochtigheid heeft echter schadelijke effecten op het gebouw en zelfs op haar bewoners. In water kunnen bovendien allerlei stoffen voorkomen die erin zijn opgelost. Dit heeft schadelijke effecten voor het materiaal.

Meer lezen: capillaire werking en hygroscopiciteit



Gratis advies vragen