Page content

Condens

Condens

  • Condensvorming
  • Dampdiffusie
  • Oppervlakte condensatie
  • Inwendige condensatie

Condensvorming

De lucht bevat steeds een bepaalde hoeveelheid waterdamp. De maximale hoeveelheid waterdamp, die in de lucht kan worden opgenomen, is afhankelijk van de temperatuur, in die zin dat hoe warmer de lucht hoe meer vocht ze kan bevatten. Wanneer de lucht bij een gegeven temperatuur de maximum hoeveelheid vocht bevat die met deze temperatuur overeenstemt, zegt men dat de lucht verzadigd is; de relatieve luchtvochtigheid is dan 100%. Het ‘dauwpunt’ is de temperatuur waarbij de lucht de vochtverzadiging heeft bereikt.

Bekend is het verschijnsel van beslagen ramen. Dit is een vorm van condens; waterdamp die in de vorm van druppels op de ruit neerslaat. Condensvorming wordt veroorzaakt door een hoeveelheid waterdamp in warme lucht. De binnenkant van een ruit is vaak veel kouder dan de lucht in een kamer. De lucht in de buurt van het raam koelt af en omdat er in koudere lucht minder waterdamp kan zitten, moet waterdamp uit de lucht overgaan in water. Op ruiten is condens goed te zien, maar condensvorming kan ook optreden op plaatsen waar dit minder goed zichtbaar is. Vaak is dat het koudste punt in de ruimte. Er is op dat punt sprake van een koudebrug. Al is de condensvorming soms niet goed te zien. De gevolgen van het vocht op die plaatsen des te beter. Allerlei schimmelgroei is daarvan het gevolg.

Dampdiffusie

Door het verschil in temperatuur en vochtigheid binnen en buiten, zal in het koude seizoen dampdiffusie op kunnen treden. Om dit uit te kunnen leggen moet eerst een ander begrip worden uiteengezet, namelijk dampspanning.

Dampspanning is een kracht die werkt in lucht waar waterdamp in zit. Met andere woorden: er is altijd sprake van dampspanning. Lucht kan slechts een bepaalde hoeveelheid waterdamp bevatten. Minder naarmate de temperatuur lager is.

Dampspanning

Verband tussen temperatuur en de maximale waterdampspanning of dampdruk.

Verlagen we in een bepaalde situatie de temperatuur dan neemt de maximaal mogelijke dampspanning af. Lucht wil zo min mogelijk vocht in zich hebben. Hoe meer waterdamp erin de lucht zit, hoe groter de kracht wordt om die waterdamp uit de lucht te krijgen. Dat noemen we dampspanning. Lucht heeft de neiging de dampspanning in evenwicht te houden. Wanneer de dampspanning binnen hoger is dan buiten, dan zal het verschil ervoor zorgen dat de waterdamp naar buiten wordt geduwd. Op die manier wordt de dampspanning binnen en buiten weer even groot.

Is de temperatuur binnen hoger dan buiten, dan is de dampspanning binnen dus hoger dan buiten. Opnieuw geldt: een hogere temperatuur is een grote hoeveelheid damp in de lucht. Dit damptransport door de muur heen wordt dampdiffusie genoemd.

Belangrijke oorzaken voor het vochtig worden van constructies in een bouwwerk zijn:

  • Regendoorslag (materiaalporiën, haarscheuren, barsten, scheuren, open voegen). Het is een vorm van doorslaand vocht of lekkage. Het regenwater dringt door capillariteit in de steen of mortel. Meestal op het zuiden en westen gerichte gevels.
  • Opzuigen van grondvocht. De fundering kan voortdurend in contact staan met het grondwater. Door capillaire werking ontstaat optrekkend vocht.
  • Bouwvocht – het vocht dat bij afloop van de bouwactiviteiten in de constructie aanwezig is en blijft. Voorbeelden zijn: water dat door de bouwmaterialen wordt opgenomen tijdens opslag bij fabrikant en op de bouwplaats. Het aanmaakwater nodig voor de verwerking van de materialen, zoals beton en mortels. Water afkomstig van neerslag tijdens de bouwperiode.
  • Hygroscopiciteit (vochtopname uit de lucht) en hygroscopische zouten.
  • Oppervlaktecondensatie en inwendige condensatie.
  • Lekkende waterleidingen, dakgoten, verstopte afvoerbuizen.

Oppervlakte condensatie

 

Condensatie en dauwpunt

Wanneer de temperatuur van de lucht onder het dauwpunt daalt, zal het teveel aan vocht zich afzetten op koude oppervlakken. Denk aan ramen (glas) en koude muren.

Het onderscheid tussen glas en muren

Glas is een niet poreus materiaal. Wanneer condensatie optreedt zal de waterdamp bij voldoende dikke waterfilm gaan druipen. De condensatie op glas is meteen zichtbaar, omdat het hier om een transparant materiaal gaat.

Muren daarentegen zijn meestal opgebouwd uit poreuze materialen, zoals behangpapier, bepleistering, baksteen of beton. De condens op deze materialen wordt opgezogen en is onzichtbaar aan de oppervlakte. Echter het materiaal wordt wel degelijk vochtig. Ontstaat deze oppervlakte condensatie regelmatig, dan zal het materiaal tot op een zekere diepte vochtig worden en blijven.

Op een gegeven moment is er dan voldoende vocht aanwezig voor het ontstaan van mijten en schimmels. Om oppervlaktecondensatie te vermijden moet ervoor gezorgd worden dat er geen materialen zijn, waarbij de oppervlaktetemperatuur lager ligt dan het dauwpunt van de lucht in de ruimte. Een koudebrug is een oorzaak van condensvorming

Inwendige condensatie

Hoe komt waterdamp in de binnenlucht in een bouwdeel terecht? Dit kan op twee manieren:

  1. Drukverschil door wind of mechanische ventilatie. De vocht bevattende lucht dringt op die manier in de constructie.
  2. Diffusie – Lucht en dampmoleculen bewegen zeer snel en belanden daardoor in de poriën van de materialen.

Waterdamp in de lucht die in de materialen doordringt ontmoet op zijn weg naar buiten steeds lagere temperaturen in het koude seizoen. De lucht in warmere binnenruimte heeft een hogere concentratie waterdamp dan buiten en heet dampdiffusie.

Tijdens de dampdiffusie kan de lucht sterk afkoelen, waardoor de relatieve vochtigheid stijgt. Wanneer dit tot 100% oploopt (dauwpunt), gaat de damp condenseren en komt het water in vloeibare vorm in het materiaal terecht.

Inwendige condensatie

Inwendige condensatie ontstaat in de poreuze steen en in open voegen.

Condensvocht in de muur zal door de capillaire werking in de muur naar het oppervlak gaan en daar verdampen. Wanneer het water door een afsluitende laag niet aan het oppervlak kan komen of er condenseert meer dan eruit kan verdampen, dan ontstaat een vochtprobleem in de muur. De condensvorming heeft plaats in de muur en dit heet inwendige condensatie. Bijkomend probleem is dat sterk afkoelend water aanmerkelijk uitzet. Het water in het materiaal zal bij temperaturen onder nul bevriezen. Het water (ijs) zal door uitzetting met onvoorstelbare kracht het materiaal, waarin het zit opgesloten, beschadigen. In droge, warme perioden verdampt het condensvocht en zal het de weg naar buiten vervolgen.



Vraag een gratis advies